De troonzaal

Je stapt de troonzaal binnen.

Je voetstappen klinken zacht op de mozaïekvloer,

waarin ontelbare steentjes samen een schitterend geheel vormen.

De zaal is groots en open;

er is hier alle ruimte om te ademen.

In het hart van deze ruimte staat de troon.

In de Bijbel lees je over de tabernakel die Mozes ontving;

daar stond het reukofferaltaar nog vóór het voorhangsel.

Maar kijk nu eens om je heen.

Omdat het voorhangsel is gescheurd,

staat dit altaar nu in het volle licht,

in het directe zicht van de troon.

De geur die hier opstijgt, is die van je eigen hart.

Wanneer je naar de troon kijkt, zie je dat deze leeg is.

De God die hier regeert, is niet gebonden aan één plek.

Hij wandelt overal met je mee,

door elke gang en elke kamer van je leven.

Jezus is op verschillende plekken te vinden

en de Geest zweeft waarheen Hij wil.

Maar wees gerust:

als jij hier bent en je hebt Hem nodig,

dan is Hij hier.

Als Vader die je ziet.

Als Koning die overzicht heeft.

Als Helper die naast je staat.

Neem de tijd om deze ruimte op je in te laten werken.

Het is een ruimte van aanbidding.

De openheid nodigt je uit om alles wat je bij je draagt hier neer te leggen.

Waar word je nu naar toegetrokken?